|
Tarot
in de Veertigdagentijd
Je
vindt hier tarotleggingen van één kaart voor de
eerste week in de Veertigdagentijd. De
veertig dagen voor Pasen zijn dagen van inkeer en bezinning. Het aantal
dagen herinnert aan de veertig dagen waarin Jezus zich terugtrok in de
woestijn om na te denken voordat zijn openbare optreden begon. Zondag: Wijnzak
Jezus spreekt over het bewaren van wijn. "(Jezus zegt) ‘Niemand
giet
jonge wijn
in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn
verloren, net
als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.'" (Marcus 2:22) Maandag: Water in wijn In dit verhaal doet Jezus een wonder.
"Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: 'Ze hebben geen wijn meer.' 'Wat wilt u van me?' zei Jezus. 'Mijn tijd is nog niet gekomen.' Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: 'Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.' Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: 'Vul de vaten met water.' Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: 'Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.' Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde - hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel - riep hij de bruidegom en zei tegen hem: 'Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!'" (Johannes 2:1-10) Jezus verandert water in wijn. Om een kaart bij te trekken: Welk water wil ik in wijn veranderen?
"Kort voor Pesach, het Joodse paasfeest, reisde Jezus naar Jeruzalem. Daar trof hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: 'Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!'" (Johannes 2:13-16)
Nicodemus, een Joodse leider, ontmoet Jezus in het geheim in de nacht. Hij stelt Jezus vragen en Jezus geeft antwoord. "Toen Jezus op Pesach in Jeruzalem was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed. Maar Jezus had geen vertrouwen in hen, omdat hij hen allemaal kende, en niemand hoefde hem iets over de mens te vertellen, want hij wist zelf wat er in een mens omgaat. Zo was er een Farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus. Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. (...) 'Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?' vroeg Nikodemus. 'Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?' Jezus antwoordde: 'Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.'" (Johannes 2:23-3:8) Jezus spreekt over mensen die geboren zijn uit de Geest. Om een kaart bij te trekken: Hoe ben ik een mens van de Geest?
Johannes spreekt over de reden van Jezus' komst naar de aarde. "Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden."(Johannes 3:16-17) Jezus komt niet om een oordeel te vellen, maar om te redden. Om een kaart bij te trekken: Mijn redding is... (Duid de kaart positief.)
Johannes legt zijn leerlingen uit dat het niet erg is dat Jezus meer mensen doopt dan hij. "Ze (de leerlingen van Johannes) gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: 'Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!' Johannes antwoordde: 'Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: "Ik ben de messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden."" (Johannes 3:26-28) Om een kaart bij te trekken: Johannes zegt: "Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt." Wat geeft de hemel mij?
Jezus heeft een gesprek met een Sameritaanse vrouw bij een waterput en vertelt over het water dat hij biedt. "Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: 'Geef mij wat te drinken.' Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: 'Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!' Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar: 'Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.' 'Maar heer,' zei de vrouw, 'u hebt geen emmer, en de put is diep - waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.' 'Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,' zei Jezus, 'maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.'"(Johannes 6:1-14) Het water dat Jezus geeft wordt een bron in een mens waaruit water opwelt dat het eeuwige leven geeft. Om een kaart bij te trekken: Wat is de bron in mij die mij het eeuwige leven geeft? Rooster gebaseerd op: Dienstboek, een proeve, deel I: Schrift - Maaltijd - Gebed. Boekencentrum, 1998. © Berthe van Soest 2006, 2011Naar tarot in de
Veertigdagentijd |