|
Tarot
in de Veertigdagentijd
Aswoensdag: De tollenaar
Jezus vertelt een gelijkenis over een Farizeeër en een tollenaar. "'Twee
mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een
Farizeeër en de ander
een tollenaar. De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij
zichzelf:
"God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig
of
onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die
tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van
al mijn inkomsten
af." De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde
niet eens
zijn blik
naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst
en zei:
"God, wees mij zondaar genadig." Ik zeg jullie, hij ging naar
huis
als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet.
Want
wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert
zal
verhoogd worden.'" (Lucas
18:10-14) Donderdag na Aswoensdag: De zoon van God
![]() Johannes vertelt wat hij heeft gezien toen hij Jezus doopte. "'Ik heb de Geest als een
duif
uit de hemel zien neerdalen, en hij bleef op hem rusten. Nog
wist ik
niet
wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei
tegen
mij: "Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft
rusten,
dan is dat degene die doopt met de heilige Geest." En dat heb
ik
gezien, en ik getuig dat hij de Zoon van God is.'" (Johannes 1:32-34) Vrijdag na Aswoensdag: Een naam ![]() Simon wordt door zijn broer naar Jezus genomen. "Een van de twee die
gehoord hadden wat Johannes
zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus. 41
Vlak
daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: 'Wij
hebben de
messias gevonden' (dat is Christus, 'gezalfde'), en hij nam
hem mee
naar
Jezus. Jezus keek hem aan en zei: 'Jij bent Simon, de zoon van
Johannes, maar
voortaan zul je Kefas heten' (dat is Petrus, 'rots')."
(Johannes 1:40-42) Zaterdag
na Aswoensdag: Iets goeds
![]() Filippus vertelt Natanaël over Jezus. Jezus komt uit Nazareth. Natanaël is verbaasd dat er uit Nazareth iets goeds vandaan kan komen. Jezus reageert opmerkelijk. "De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan en daar ontmoette hij Filippus. Hij zei tegen hem: 'Ga met mij mee.' Filippus kwam uit Betsaïda, uit dezelfde stad als Andreas en Petrus. Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: 'We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!' 'Uit Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' 'Ga zelf maar kijken,' zei Filippus. Jezus zag Natanaël aankomen en zei: 'Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.'" (Johannes 1:43-47) Als Jezus Natanaël ziet aankomen zegt hij dat een mens zonder bedrog is. Hij ziet iets goeds in Natanaël. Om een kaart bij te trekken: Wat is het goede dat Jezus in mij ziet? (Duid de kaart positief.) Rooster gebaseerd op: Dienstboek, een proeve, deel I: Schrift - Maaltijd - Gebed. Boekencentrum, 1998. © Berthe van Soest 2006, 2011Naar tarot in de
Veertigdagentijd |