Tarotlegging – A Christmas Carol

 

Hou je vast. Je gaat op reis met de geesten van het verleden in deze tarotlegging waarbij je kritisch naar je offervaardigheid kijkt. Maar het zal goed aflopen.

"De oude Marley was zo dood als een deurnagel." Zo luidt één van de eerste zinnen uit de beroemde Christmas Carol van Charles Dickens, waardoor deze tarotlegging geïnspireerd is. Het verhaal speelt zich af in de kersttijd. De vertelling beoogt de geest van offervaardigheid, verdraagzaamheid en tegemoetkomendheid te verspreiden die zo eigen is aan de kersttijd. Ook de tarotlegging  heeft tot doel deze geest van Kerstmis te verspreiden.

Marley was de compagnon van Ebenezer Scrooge, een gierige zakenman en de hoofdpersoon uit het verhaal. Hoewel Marley al zeven jaar dood is staat hun beider naam nog op het uithangbord, omdat Scrooge geen geld uit wil geven aan het uithangbord en zijn klerk, Bob Chrachet, vader van een gezin, lijdt kou in zijn kantoor omdat Scrooge kolen uit wil sparen. Marley is zo dood als een deurnagel, toch komt hij op bezoek. Scrooge wordt bezocht door zijn Geest. Marley was even gierig als Scrooge en doolt als Geest rond over de aarde, geketend aan zijn vroegere wandaden.  Marley wil Scrooge behoeden voor dit dwalende bestaan en kondigt hem aan dat hij nog één kans heeft zijn leven te beteren. Hij zal bezocht worden door drie Geesten die hem tonen wat zijn houding voor gevolgen heeft. Dit geeft hem de mogelijkheid om te keren op zijn weg en te gaan leven in de geest van Kerstmis. De tarotlegging volgt in grote lijnen het verhaal en bestaat uit vijf kaarten.

 
Legpatroon

5
2  3  4
5

                                                

                                                                

Kaart 1: Marley´s Geest 

De Geest van Marley  waarschuwt Scrooge voor een leven als dolende ziel die niet gehandeld heeft volgens de geest van Kerstmis, die van offervaardigheid, verdraagzaamheid en tegemoetkomendheid. Scrooge is gierig. Deze eerste kaart die je trekt zal laten zien op welke wijze jij tekortschiet. De vraag waar je de kaart bij trekt luidt: Hoe ik tekortschiet in offervaardigheid, verdraagzaamheid en tegemoetkomendheid, de geest van Kerstmis.


‘Scrooge and Marley als ik het wel heb?’ zei een van de heren, terwijl hij zijn lijst raadpleegde. ‘Heb ik het genoegen te spreken met meneer Scrooge of met meneer Marley?’
‘Meneer Marley is als zeven jaren dood,’ antwoordde Scrooge. ‘Vandaag precies zeven jaar geleden is hij gestorven…’
‘In deze feestelijke tijd van het jaar, meneer Scrooge,’ zei de heer, terwijl hij een pen nam ‘is het meer nog dan anders gewenst dat we wat terzijde leggen voor de armen en behoeftigen, die het hard hebben op het ogenblik. Duizenden mensen hebben niet eens het allernoodzakelijkste, honderdduizenden missen de gewone geringe dingen, waarmee ze het zich wat aangenamer kunnen maken.’
‘Zijn er dan geen gevangenissen?’ vroeg Scrooge.
‘Ja, die zijn er een heleboel,’zei de heer, terwijl hij zijn pen weer neerlegde.
‘En de werkinrichtingen?’ vroeg Scrooge, ‘bestaan die niet meer?’
‘Ja, die bestaan nog, antwoordde de heer. ‘Ik wou dat ik kon zeggen dat ze verdwenen waren.’
‘En de Tredmolen en de Armenwet zijn nog in werking?’
‘Die zijn allebei nog in volle werking.’
O, ik was al bang, door wat u eerst zei, dat er iets gebeurd was dat een einde maakte aan hun nuttige werkzaamheid,’ zei Scrooge.
‘Het doet mij genoegen te horen dat dit niet het geval is.’
‘In de overtuiging dat zij ontoereikend zijn om de grote menigte wat christelijke vreugde te verschaffen, naar ziel en lichaam,’antwoordde de heer, ‘zijn wij met een paar mensen bezig te trachten een fonds bijeen te brengen, om voor de armen wat eten en drinken en wat brandstof voor verwarming te kopen. Wij kozen déze tijd omdat hij boven iedere andere tijd is waarin de nood zich dringend doet gevoelen en de overvloed zich verheugt. Voor welk bedrag mag ik u inschrijven?’
‘Voor geen cent,’ antwoordde Scrooge.
‘U wenst dus onbekend te blijven? ‘
‘Ik wens met rust gelaten te worden,’ antwoordde Scrooge. ‘U vraagt mij wat ik wens en daar hebt u mijn antwoord. Zelf maak ik mij niet vrolijk met Kerstmis, en het zit er bij mij niet aan om leeglopende lieden vrolijk te maken. Ik geef mijn bijdragen om de instellingen in stand te helpen houden die ik daarnet opnoemde; dat kost mij al genoeg, en zij die het nodig hebben moeten dààr naartoe gaan’.
‘Velen kunnen er niet naar toe, en velen zouden liever sterven.’ 
‘Als zij liever sterven,’ zei Scrooge, ‘laat ze dat dan doen en zo het bevolkingsoverschot verminderen.’

 
Kaart 2: De Geest van het Verleden

De Geest van het Verleden, ‘van de voorbije Kersttijden’, laat Scrooge zien waar zijn hebzucht hem heeft gebracht, welk geluk er aan hem is voorbijgegaan door zijn houding. De Geest toont Scrooge zichzelf als kind en ook als een man op huwbare leeftijd. Scrooge beseft door wat de Geest van het Verleden hem getoond heeft welk geluk er aan hem voorbij gegaan is door zijn houding. De vraag waarbij je de kaart trekt luidt: Welk geluk ik heb gemist door mijn tekortschieten in offervaardigheid, verdraagzaamheid en tegemoetkomendheid, de houding die kaart 1 heeft laten zien.

Hij was ouder nu, een man in de bloei van het leven. Zijn gezicht had niet de hardheid en de barse trekken van latere jaren, maar het was begonnen de tekenen te vertonen van zorg en hebzucht. In zijn ogen was een begerige, hongerige, rusteloze schichtigheid, die de hartstocht verried welke wortel had geschoten en al aanduidde in welke richting de schaduw van de wassende boom zou vallen. Hij was niet alleen, maar zat naast een lief jong meisje in rouwkleren. De tranen in haar ogen glansden in het licht van de Geest der voorbije Kersttijden.
‘Het doet er weinig toe,’ zei zij zacht. ‘Voor jou doet het er al heel weinig toe. Een ander afgodsbeeld heeft mij verdrongen’….
‘Wat voor afgodsbeeld heeft jou verdrongen?’
‘Een van goud.’….
Zij nam afscheid van hem en hun wegen gingen uiteen…

Ze keken naar een ander tafereel, op een andere plaats; een kamer, niet groot of fraai, maar uiterst gezellig. Bij het winterse vuur zat een mooi jong meisje, zó gelijkend op de vorige, dat Scrooge geloofde dat zij het was, totdat hij háár zag, een bevallige, oude dame nu, zittend tegenover haar dochter. Het lawaai in de kamer was een hels spektakel, want er waren meer kinderen dan Scrooge in de opgewonden toestand van zijn geest kon tellen…de moeder er de dochter schaterden uitgelaten en hadden het grootste plezier.

 
Kaart 3: De Geest van het Heden 

De Geest van het Heden, het tegenwoordige Kerstfeest, laat het gezin van de klerk, Bob Cratchit zien. Arm maar blij vieren zij het Kerstfeest. Scrooge ziet daar ook de zoon van de klerk bij, Tiny Tim. Het is een gehandicapt jongetje. Scrooge krijgt berouw door wat de Geest van het Verleden hem laat zien. De vraag waarbij je de kaart trekt luidt: Wat veroorzaakt dat ik berouw krijg over mijn houding en mij doet omkeren op mijn weg, wat teweegbrengt dat mijn houding verandert (de houding van kaart 1).

Daar kwam de kleine Bob, de vader binnen, binnen; minstens drie voet van zijn das, de franje niet meegerekend, hing langs zijn lichaam. Hij droeg kale, versleten kleren, die echter waren gestopt en opgeborsteld om er nog een beetje netjes uit te zien; Tiny Tim droeg hij op zijn schouder – helaas het arme jongetje droeg een krukje en had zijn beentje in een ijzeren beugel…

‘En hoe heeft de kleine Tim zich gehouden?’ vroeg mevrouw Chratchit…
‘Zo goed als je maar kun wensen,’ zei Bob, ‘en eigenlijk nog beter. Soms – als hij zo in zichzelf gekeerd zit – krijgt hij allerlei invallen en bedenkt hij de zonderlingste dingen die je ooit hebt gehoord. Toen we naar huis gingen, zei hij tegen me, dat hij hoopte de mensen in de kerk hem zouden hebben gezien omdat hij kreupel was en het voor hen prettig zou zijn op Kerstdag te denken aan Hem, die lamme bedelaars deed lopen en blinden deed zien….’

Toen zei Bob: ‘Een gelukkig Kerstfeest voor ons allen, jongens, God zegene ons!’
Waarop de hele familie dezelfde wens uitsprak.
‘God zegene ons allemaal,’ zei Tiny Tim het laatst van allen. Hij zat op zijn stoeltje dicht tegen zijn vader aangeschoven. Bob hield het slappe handje in de zijne, in zijn vertedering voor dit kind, dat hij dicht bij zich wilde houden als vreesde hij dat het van hem weggenomen zou worden.

‘Geest,”zei Scrooge, met een deelnemende belangstelling als hij nooit eerder had gevoeld, “zeg mij of Tiny Tim in leven blijft.’
‘Ik zie een lege plaats,’ antwoordde de Geest, “in dat bescheiden hoekje van de schouw, en een krukje zonder eigenaar, dat met zorg bewaard wordt. Als deze schaduwbeelden onveranderd blijven in de toekomst zal het kind sterven.
‘O, nee, nee,’ zei Scrooge. ‘Nee, beste Geest, zeg dat het gespaard wordt.’
‘Indien deze schaduwbeelden onveranderd blijven in de toekomst, zal geen ander van mijn familie,’ antwoordde de Geest, ‘hem hier nog vinden. En wat doet het ertoe? Als hij wil sterven kan hij dat beter doen en het overtollige bevolkingsoverschot verminderen.’
Scrooge liet het hoofd hangen toen hij de Geest zijn eigen woorden hoorde herhalen en voelde zich overweldigd door spijt en berouw.


Kaart vier: De Geest van de Toekomst 

De Geest van de Toekomst, ‘van de toekomstige Kerstfeesten’, laat de schaduwen van de toekomst zien. Hij laat het gezin van Bob Cratchit zien. Er is één verschil met het heden: ‘een lege stoel in dat bescheiden hoekje van de schouw, en een krukje zonder eigenaar, dat met zorg bewaard wordt.’ Tiny Tim is gestorven, maar wordt in liefde herinnerd. De Geest laat ook  Scrooge zichzelf zien, eenzaam liggend op zijn doodsbed.  
De kaart die je hier trekt laat een toekomst zien waarin je je leven niet gebeterd hebt, maar bent doorgegaan met je houding van kaart 1. De vraag waarbij je de kaart trekt luidt: De schaduwen van de toekomst als ik niet omkeer op mijn weg; niet verander van houding.

Daar lag hij in het donkere lege huis, zonder een man, zonder een vrouw, zonder een kind die van hem getuigden: in dit of dat opzicht is hij goed voor mij geweest, en om de herinnering van één liefdevol woord dat hij sprak, zal ik goed zijn voor hem. Een kat krabde aan de deur en onder de haardsteen was het geknaag van ratten te horen. Wat die in de doodskamer zochten en waarom ze zo onrustig en opgewonden waren – Scrooge durfde er niet aan te denken.


Kaart vijf: Het heden

Wanneer de laatste van de Geesten verdwenen is wordt Scrooge wakker. Scrooge is blij met de kans die hij gekregen heeft en leeft voortaan in de geest van de Kersttijd. De kaart die je hier trekt laat zien hoe jij je leven leidt in de geest van Kerstmis. De vraag waarbij je de kaart trekt: Hoe ik offervaardiger, verdraagzamer en tegemoetkomender ben door wat de Geesten van het Verleden (kaart 2) het Heden (kaart 3) en de Toekomst (kaart 4) mij hebben getoond.

Ja en die bedstijl was zijn eigen bedstijl. Het bed was zijn eigen bed, de kamer was zijn eigen kamer. En, het beste en gelukkigste van al, de tijd die vóór hem lag was zijn eigen tijd, waarin hij zich kon beteren.
‘Ik zal leven in het Verleden, in het Heden, en in de Toekomst’ herhaalde Scrooge, terwijl hij uit zijn bed kroop. ‘De geesten van alle drie zullen in mij werkzaam zijn. O, Jacob Marley, de hemel en de Kersttijd zijn hiervoor geprezen!’ 

Als zijn klerk Bob Chratchit weer op zijn werk verschijnt wenst hij hem een gelukkig Kerstfeest, en belooft hij hem bij te staan.

‘Een gelukkig Kerstfeest, Bob!’ zei Scrooge met een ernst, die niet kon worden misverstaan, terwijl hij hem op de rug klopte.

‘Een gelukkiger Kerstfeest, Bob, mijn beste kerel, dan ik je in menig jaar gegeven heb. Ik zal je salaris verhogen en trachten je gezin in zijn moeilijkheden bij te staan, en vanmiddag zullen we over je belangen praten bij een kop dampende bisschop, Bob! Stook het vuur wat op en koop een nieuwe kolenbak nog voor je een i hebt geschreven, Bob Cratchit!’

Scrooge was een man van zijn woord en meer dan dat. Hij deed wat hij gezegd had en nog eindeloos veel meer, en voor Tiny Tim, die niet stierf, was hij een tweede vader…

Altijd werd van hem getuigd dat hij wist hoe Kerstmis te moeten vieren, als enig sterfelijk wezen althans deze wetenschap bezit. Moge dit naar waarheid ook van ons gezegd kunnen worden, en van ons allemaal. En zoals Tiny Tim zei: God zegene ons, ieder van ons!

 

 

© Tarotlegging Berthe van Soest

Literatuur: Charles Dickens, Een kerstvertelling Het Spectrum 1982.
Gerard en Patricia del Re, The Christmas Almanack. Random House, 2004.

Naar winterleggingen
Naar tarotleggingen
Naar homepage