|
Een
alles-omvattende ervaring
Soms
kijk je door je smalle ogen zo
zomers of je door de blaadren kijkt, twee
smalle stukjes blauw, het lijkt door
ochtendnevel licht bevlogen. Beweeg
maar niet. Want wie kan het verdragen wanneer
een boom zijn wortelen verlaat en
dansen gaat? Ik
niet. En toch, je bent gemaakt om te bewegen, in
lange lijnen als een langzame muziek, en
dan weer stil te staan, omhoog, een slanke
basiliek. Daar
kan ik beter tegen. Ik
ben vanavond in de tuin gegaan. De
bloemen waren allen wit, de maan had
haar ontroerd. Ik heb een boom omhelsd. Hij
was niet groot, zijn bast was hard, maar
‘k voelde duidelijk
het kloppen van mijn hart; ik
denk dat het alleen het mijne was. Ik
stond in het onzichtbare, natte en zware gras en
voelde me in ’t
paradijs gedreven. Wie
kan daar leven? M.
VASALIS De dichteres reflecteert erop hoeveel geluk (paradijs) zij verdragen kan. Om
de kaart bij te trekken:
Wat gelukzaligheid met mij doet. |