|
Tarotlegging
voor de prille lente
Met deze tarotlegging stem je je af op het allereerste begin van de lente en wat die jou te bieden heeft. Over de lente als een dwaas veulen, over godinnen die winter en zomer brengen, en over wat jij wilt laten groeien deze lente gaat deze tarotlegging. De
Dwaas
Lente, een veulen op wankele benen en kikkerdril in
de
sloot. Dat eerste zachte groen aan de bomen, een waas als van tule.
Binnen een
week is het waas veranderd in stevig jong groen en heeft de lente zich
verankerd.De lente is als de Dwaas in de tarot: een lint aan zijn hoed,
een
knapzak aan een stok en een roos in zijn hand. Zwierig loopt hij voort
op weg
naar de rand van een ravijn.Zijn ogen lijken een vlinder te volgen die
ergens
half boven het ravijn fladdert. Mocht hij over de rand stappen en
vallen, dan
zal hij luchthartig weer opstaan. Hij zal zijn knapzak en zijn roos
weer
oppakken en zijn weg fluitend vervolgen. Zo is de Dwaas, een spelend
lammetje,
een jonge zwaan. Kind en god van de lente is hij.
Godinnen van de lente Godinnen van de lente
Achter de Dwaas staan Demeter en Perséphoné, twee machtige godinnen die ons leren over de kracht van dood en leven. Perséphoné wordt op een dag ontvoerd door Hades, de koning van het dodenrijk. Haar lot is dat ze nu als levende verblijft tussen de doden – de schimmen van alles wat geweest is en niet meer terugkeren zal. Tussen de vervlogen hoop van wat had kunnen zijn, maar nooit gebeurd is. Temidden van herinneringen die vasthouden.Weg kan ze niet. Niet weg uit de dood. Niet terug naar vroeger. Ondertussen is de Bovenwereld in rouw. Het land is onvruchtbaar en de mensen hebben honger. Demeter, de moeder van Perséphoné en godin van de vruchtbaarheid, geeft geen leven meer.Haar dochter is dood. Ze rouwt om haar. De akkers blijven dor. Ook Perséphoné heeft honger. Na een lange tijd van hunkering naar zon en bloemen, bleek van verlangen, besluit ze om te eten van wat het dodenrijk haar te bieden heeft. Ze eet van de zaden van Hades. Ze proeft en eet 6 rode zaden van een granaatappel. Rood zijn ze, van liefde en hartstocht: vuur van het leven. De zaden smaken naar nieuw leven, naar wat mogelijk is en komen kan. Door in het dodenrijk te eten van wat de onderwereld te bieden heeft, ontdekt ze dat er in de dood vuur schuilt. Dan gaat ze naar boven. Koningin van het Dodenrijk is ze nu, getekend en vernieuwd door de dood. Haar taak is vanaf dat moment om de balans tussen leven en dood te
beschermen.
Zes zaden heeft ze gegeten: zes maanden brengt ze in het dodenrijk door
zes
maanden is ze bij haar moeder, Demeter. Als
Perséphoné boven komt, laat ze zich
warmen door de stralen van de zon. Dan verenigt ze zich met haar moeder.
De
lente loopt uit en de Dwaas staat op aarde. Trek twee kaarten: 3. Hoe de dood mij vernieuwd heeft. 4. Hoe het vuur van het leven mij doet groeien. Zaaien en
wieden
Perséphoné en Demeter
verbeelden onze ervaring dat het
dode winterland ieder voorjaar weer tot leven komt. Het gaat er om de
juiste
balans te vinden tussen leven en dood. Het verzorgen van planten , maar
ook
rozen snoeien en wieden hoort bij de lente. Niet alles wat opkomt zal
vrucht
dragen en niet alle vruchten zullen lekker smaken.In de lente maken we
keuzes.
Welke van onze plannen hebben een stevig fundament? Welke hebben geen
kans van slagen?
En: Wat willen we beschermen en behoeden, zodat in onszelf en ook in de
wereld
om ons heen zodat het kostbare en kwetsbare jonge leven veilig
en in
zekerheid op kan groeien? Trek 3 kaarten: 5. Wat zaai ik in deze lente? Zo ga jij als de Dwaas op weg; op pad naar het
midden
van de verankerde lente. Naar tarotleggingen Naar homepage |