|
Ommekeer,
spirituele legging bij het
Oordeel Berthe van Soest
Sinds
mensenheugenis zoeken mensen naar contact met het goddelijke en naar
wegen om daar steun aan te beleven. Ook de dichter van psalm
119 uit de
bijbel zocht dit. In 22 verzen bezingt hij zijn ervaring met God, de
uitdagingen die hij daarin tegenkomt, de kracht die hij erdoor krijgt
en de
wonderen die hem tegemoet komen. Door zijn beleving te bezingen kan hij
de
waarde ervan ervaren en er kracht aan ontlenen. Psalm 119 heeft
tweeëntwintig strofen en bij elk hoort een letter van het
Hebreeuwse alfabet.
Vaak wordt deze psalm gezien als een religieuze weg van
tweeëntwintig stappen.
De Grote Arcana wordt dikwijls beschouwd als een weg door het leven,
waarbij
elke kaart een station is op die weg. Ook aan de
tweeëntwintig kaarten van
de Grote Arcana zijn Hebreeuwse letters toegekend. Het ligt voor de
hand om de
psalm te verbinden met de kaarten van de Grote Arcana. Corinne Heline
heeft dat
gedaan. In haar boek “The Bible and the Tarot”
koppelt ze de strofen van de
psalm aan de kaarten van de Grote Arcana met dezelfde letter. Ze
beschrijft ze
als een esoterische inwijdingsweg, waarbij iedere kaart en iedere
strofe een
initiatie op die weg zijn. Onze
spiritualiteit anno 2007 bestaat uit flarden en brokstukken. Nu eens
staat
Boeddha bij ons op de vensterbank en dan Maria. Soms hebben we de
relativering
van de Boeddha nodig, soms de goddelijke bescherming van Maria, en af
en toe
zelfs het grenzeloze optimisme van The Secret. Ons geloofsleven is
veelvormiger
dan het esoterische systeem dat Corinne Heline hanteert. Maar net als
bij
Heline kan er bij ons de behoefte leven onze spiritualiteit te
verdiepen en
expliciet te verbinden met de processen en de heldere structuur van de
Grote
Arcana. Ook de weg van de psalmist is een andere dan die van ons. Hij
leefde
lang geleden en in een ander land, hechtte belang aan het volgen van de
joodse
wet, waarvan de wonderen die hij beschrijft in zijn psalm moeilijk
invoelbaar
zijn voor ons. En toch…wat hij tegenkomt op zijn weg komen
wij ook tegen, want
net als hij gaan wij in onze spiritualiteit een relatie aan met het
heilige,
met God of met Spirit; met datgene buiten of binnen onszelf wat ons
oproept
heel te worden. En net als de psalmist willen ook wij ons leven zo goed
en
eerlijk mogelijk leven. Geïnspireerd
door
het werk van Corinne Heline, en met als basis psalm 119, ben ik
tarotleggingen
gaan ontwerpen voor de kaarten van de Grote Arcana, soms vergezeld van
een
meditatie. De Grote Arcana kaarten fungeren hierbij als stappen op een
spirituele weg. De tarotleggingen en meditaties bij iedere kaart zijn
bedoeld
om onze individuele spirituele wegen te verkennen en te verdiepen.
Iedere Grote
Arcana kaart daagt in combinatie met een strofe uit de psalm uit om een
andere
kwaliteit te ontwikkelen in de relatie met het heilige en met de wereld
waarin
we leven. De tarotleggingen helpen om te groeien in geloof en
vertrouwen. De
tarotleggingen bij de eerste zeven kaarten, van de Magiër tot
en met de
Zegewagen, zijn inmiddels gevat in een cursus die deze herfst en
volgend voorjaar
wordt aangeboden in La Verna, een Franciscaans spiritueel centrum aan
de
Derkinderenstraat in Amsterdam. De tarotlegging die hier volgt hoort
bij een
kaart die veel verder op de spirituele weg te vinden is. Het de stap
die bij
het Oordeel hoort.
“Zie
mijn ellende en red mij, uw wet vergeet ik niet. Strijd voor mij en
verlos mij, houd mij in leven zoals u hebt beloofd”
(153-154). De psalmist
houdt God aan een belofte: dat God hem in leven houdt. “Houd
mij in leven,
zoals u hebt beloofd”, zegt hij. De psalmist refereert
hiermee aan een taak van
het heilige. Het heilige is datgene in of buiten ons dat ons oproept
tot
vernieuwing en heelwording. Op deze wijze houdt het ons in leven. Op de
kaart
van het Oordeel is dit verbeeld door de engel die op een trompet blaast
en de
mensen uit hun graven roept. De Hebreeuwse
letter die bij deze verzen hoort is Resh. De gehele strofe waartoe deze
verzen
behoren en die begint met de letter Resh, loopt van vers 153 tot 160.
De
Hebreeuwse letter die Corinne Heline laat het Oordeel
corresponderen met
de Resh.[1]
De kabbalistische betekenis van de letter Resh is
‘hoofd’. Onze
aspiratie, ons denken en ons bewustzijn zetelen in het hoofd.
Aspiratie,
verlangen en wil maken ons ontvankelijk om gehoor te geven aan de stem
binnen
of buiten onszelf die ons uitnodigt open te staan voor
vernieuwing. Op de
kaart wordt dit verbeeld door de mensen die opstaan uit hun graven en
hun
handen omhoog heffen. In deze stap op
de spirituele weg overdenk je waarin je bent vastgelopen en kijk je
naar je
ontvankelijkheid voor de oproep om heel te worden, te worden waartoe
God of de
Godin je bestemd heeft. Het is op de spirituele weg de meest radicale
stap van
allemaal, want het gaat om een ommekeer, een beweging van
dood naar
leven. Legpatroon De kaarten Kaart 1:
“Waartoe ik word opgeroepen” De kaart die je
hier trekt laat zien waartoe God, je hogere zelf of de Godin, welke
naam jij
ook geeft aan het heilige, je oproept. De kaart laat zien hoe je
vernieuwd en
geheeld kunt worden; hoe je kunt zijn zoals je bedoeld bent. De vraag
waarbij
je de kaart trekt: Waartoe word ik opgeroepen? Kaart 2:
“Het
graf” Deze kaart
geeft een beeld van waarin je vastgelopen bent, waarin je verstard en
verstrikt
bent geraakt, zozeer dat het onmogelijk lijkt dat daar ooit verandering
in zal
komen. De vraag waarbij je de kaart trekt: Waarin ben ik
vastgelopen? Kaart 3:
“Gehoor geven” Kaart drie laat
zien hoe ontvankelijk je bent de oproep (kaart 1) te volgen. Wanneer je
je
onprettig voelt bij de kaart die je trekt, kan het zijn dat je de
oproep niet
wilt volgen, bijvoorbeeld omdat de oproep om een grote ommekeer vraagt,
of
omdat je er nog niet aan toe bent. Het kan ook zijn dat je ontdekt dat
je boos
bent: wrevelig op jezelf omdat je bent vastgelopen of omdat je de stap
niet
kunt zetten; kwaad op God omdat je het gevoel hebt boven je macht te
reiken als
je de oproep volgt. Mocht dit zo zijn, accepteer dat dan van jezelf, de
oproep
is radicaal en vraagt veel van jezelf. De vraag waarbij je de
kaart trekt:
Hoe ontvankelijk ben ik de oproep (kaart 1) te volgen? Kaart 4:
“Iets
ondernemen” Het Oordeel
roept op tot ommekeer. Dat gaat niet ineens, dat kost tijd, aandacht en
toewijding. Deze kaart laat een actie zien die je vandaag nog kunt
ondernemen
om de vernieuwing en heelwording (kaart 1) dichterbij te brengen. Als
je wilt
zou je een poosje iedere dag zo’n kaart kunnen trekken, zodat
je aandacht
schenkt aan je vastgelopen situatie en steeds een kleine stap neemt om
eruit te
komen. Dat is bemoedigend. De vraag om de kaart bij te trekken luidt:
Wat kan
ik vandaag nog ondernemen om de ommekeer (kaart 1) dichterbij te
brengen? Afsluiting Je zou deze
tarotlegging kunnen afsluiten met een eenvoudig gebed, dat raakt een
andere
laag in jezelf en maakt je open. Zoiets als dit: Oh God (Maria,
Kuan Yin, de Godin, etc.) Verschenen
in: Tarot Magazine, nr.28, oktober 2007, zevende jaargang. Literatuur:
Ashcroft-Nowicki,
Dolores. Illuminations.
Mystical Meditations on the Hebrew Alphabeth.
Llewellyn, 2003. [1]
In het systeem van de Golden Dawn hoort
de letter Shin bij het Oordeel, bij Corinne Heline is dit de
Resh. |