|
“Kom,
volg
mij!” Geroepen aan het meer van Galilea ![]() Simon, Andreas, Jakobus en Johannes geroepen (Marc. 1.16-20) 16 Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. 17 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 18 Meteen lieten ze hun netten achter en volgden hem. 19 Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 20 en direct riep hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden hem. Legpatroon
5 4 3
2 1 Kaart
1: Vissers De mannen die
Jezus roept zijn vissers. Simon en
Andreas gooien hun netten uit als Jezus langskomt. Jacobus en
Johannes zijn
bezig met repareren van hun netten. Wie ben jij, op
dit
moment in je leven? Kaart
2: Aangesproken Jezus roept
de mannen op hem te volgen door hen aan te spreken. Hoe spreekt
Jezus tegen jou? Hoe roept hij
jou
om hem
te volgen? Kaart
3: Geroepen Jezus zegt
tegen Simon en Andreas dat hij van hen ‘vissers van
mensen’ zal maken. Wat is
jouw taak? Waartoe roept Jezus jou op? Kaart
4: Achtergelaten Simon en Andreas
gaan direkt mee met Jezus en laten hun netten achter. Jacobus en
Johannes zijn samen met dagloners en hun vader Zebedeüs in hun
boot bezig om netten
te repareren. Ook zij gaan onmiddellijk mee als Jezus hen roept en
laten hun
vader
en de dagloners achter. Wat laat jij achter als jij Jezus volgt (kaart
3)? Kaart
5: Nieuw leven De eerste leerlingen gaan een nieuw en ander leven tegemoet als je ze Jezus volgen, gevuld met wonderbare en soms moeilijke belevenissen. Wat gebeurt er als jij Jezus volgt (kaart 3)? ©
Berthe
van Soest
|